Yoga is duizenden jaren geleden ontwikkeld in het Oosten en gebaseerd op kennis over de relatie tussen lichaam en geest. Die kennis kun je ten dele ook in het Boeddhisme en Hindoeïsme terugvinden. Maar de focus verschilt: in de Oosterse religies ligt de nadruk op vaste rituelen, gebed en een godsbesef. In yoga werk je met name aan een positieve manier van leven en zorg je voor een gezond lichaam en een gezonde geest.

Yoga betekent het in balans brengen van lichaam en geest. Het woord Yoga betekent ‘verbinden’. Maar het verbinden gaat verder. In deze hectische maatschappij zitten mensen veel in hun ‘hoofd’. Misschien heb je  wel eens van deze uitdrukking gehoord. Het houdt niets anders in dan veel met denken bezig zijn ipv met het hart leven en voelen wat er in je lijf gebeurt. Het gevolg van veel denken en piekeren geeft psychosomatische klachten. Bijna 80% van alle lichamelijke klachten, ontstaan hierdoor.

Yoga maakt je bewust van je innerlijke belevingswereld, wat je een rijke kennis over jezelf in alle toonlagen, zowel fysiek als geestelijk oplevert. In de hectiek van het leven, vergeten we onszelf vaak, terwijl liefdevolle aandacht voor het innerlijk ons juist in balans brengt en ons ook met een meer tevreden en vrediger gevoel naar onszelf en de buitenwereld laten kijken. De maatschappij en de media prikkelen ons continue en brengen ons ver van onszelf vandaan. Yoga helpt je om dicht bij jezelf te blijven, bij je eigen kern en de harmonische verbinding weer met de eigen IK te vinden.